Amsterdamse kunstverzamelingen omstreeks 1875

De particuliere kunstverzamelingen hebben al van ouds een attractie gevormd voor de vele belangstellenden, die onze stad bezochten. Het was echter een uitzondering, dat men daarover iets in druk liet verschijnen als wegwijzer voor volgende bezoekers. Over een dergelijk reisgidsje, een weinig bekend boekje, wil ik hier iets vertellen.

In 1875 publiceerde Lord Ronald Gower, die toen 30 jaar oud was, zijn 'Handbook to the art galleries, public and private, of Belgium and Holland'. Van de 244 bladzijden zijn er 89 aan Amsterdam gewijd. Hij beschrijft in de allereerste plaats zeer uitvoerig de openbare verzamelingen, en wel het Trippenhuis, de collecties Van der Hoop en Fodor, die beide aan de stad behoorden, en tenslotte de schilderijen op het stadhuis, 'a most uninviting-looking building from the outside, having an appearance half workhouse, half factory.'

Daarna vertelt hij al even uitvoerig over zijn bevindingen bij de particuliere verzamelaars. In de allereerste plaats over de Van Loon collectie, Herengracht 499, waar de prachtige schilderijen alle in uniforme zwarte lijsten in twee kamers hangen, die de familie des zomers zelf bewoont. Daarna volgt een beschrijving van 'The Six van Hillegom Collection', ondergebracht in het thans afgebroken huis Herengracht 511. De Van Loon en Six collecties konden met recht zustercollecties worden genoemd, daar ze in de families gekomen waren door de twee zusters Van Winter, die de unieke verzameling van hun vader hadden verdeeld. In de verzameling Six kwamen daar nog de beroemde familieportretten bij. De schrijver aarzelt dan ook niet deze verzameling, die door het gehele huis hangt, aan te duiden als 'one of the finest private art galleries in the Low Countries'.

De kunstlievende Engelse lord gaat daarna op hetzelfde stukje gracht twee collecties van moderne schilderijen bezoeken. In Hollandse namen is hij niet sterk - de aandachtige lezer heeft het misschien al opgemerkt - en het kostte ons nogal wat moeite om aan de hand van zijn beschrijving de tweede collectie thuis te brengen. Die moderne verzamelingen waren: Collections of modern pictures belonging to M.C.P. van Eeghen and the baron Hoogh in the Heerengracht, Amsterdam.' Zelfs tijdgenoten moeten daar moeite mee hebben gehad. Pas na lang zoeken bleek, dat de collectie van baron Hoogh niet anders was dan een gedeelte van 'Baron Hooft's collection', die op een volgende bladzijde van het handboek als aparte verzameling wordt beschreven.

De verzamelingen Van Eeghen en Hooft van Woudenberg en Geerestein waren ook in huizen op de bocht van de Herengracht ondergebracht en wel op no. 495 en 493. Beide bevatten zij naar de toenmalige smaak uiterst fraaie en belangrijke stukken. Hoe bewondert de jonge Engelsman niet de Magdalena aan de voet van het kruis van Ary Scheffer in de zaal van no. 495. Gezien deze bewondering zal hij zeker niet de bezoeker zijn geweest, waarvan nog het volgende verhaal in de familie loopt.

Na afloop van een bezoek placht de eigenaar aan Roelof de knecht, die de belangstellenden altijd rondleidde, te vragen, wat die wel het mooiste had gevonden. Eens was het verrassende antwoord geweest, dat dat de acht vierkante raampjes waren, die zich in de twee torenachtige uitbouwtjes op de binnenplaats aftekenden. De aanwezigheid van niet minder dan acht van die nuttige moderne gemakken maakte zelfs in het reusachtige grachtenhuis blijkbaar een onvergetelijke indruk op de buitenstaander.

Tenslotte bezocht Lord Ronald Gower nog twee andere verzamelingen op de Herengracht bij de Leliegracht. Merkwaardig goed komen de namen ditmaal over. Het waren de collectie van moderne waterverftekeningen van C. A. Crommelin op de Herengracht no.132 en de beroemde verzameling van zeer uiteenlopende tekeningen, waaronder 80 van Rembrandt, van Jacob de Vos in het buurhuis no. 130.

De schrijver vertelt wat over de eigenaren en hun schatten en eindigt zijn beschrijving van de tekeningen van Jacob de Vos, die zelf de kunstwerken toonde, al was hij verlangend naar zijn villa in Haarlem te vertrekken, met de weergaaf van het volgende gesprek.

When I die', said the owner of these drawings, 'these collections will be sold.' 'Why not make your name gratefully remembered by future generations of artists, and leave them to your country?' I was tempted to say. M. de Vos is seventy-one, and, I fear, not likely to change his mind.

De vrees van Lord Ronald Gower is bewaarheid. Niet lang, of liever zelfs nooit is zijn handboek actueel geweest. Reeds op 5 november 1874, dus vóór de publicatie van het handboek, stierf Mr. Claude Auguste Crommelin, 34 jaar oud, blijkbaar niet lang na het bezoek. Zijn verzameling ging naar zijn halfzuster Mevrouw Tutein Nolthenius-Weymar.

In 1877 overleed de douairière van Loon-van Winter en de beroemde schilderijencollectie werd in zijn geheel aan de familie Rothschild verkocht. Een jaar later, in 1878, stierf de oude heer Jacob de Vos. Hij was niet van mening veranderd en na de dood, van zijn vrouw, in 1883, werden de tekeningen verkocht. De familietekeningen, die de lezers van dit blad uit het jaarboek van 1955 zich nog wel zullen herinneren, gingen gelukkig naar een neef.

In 1879 stierf 'Baron Hoogh' of Hooft en het jaar daarop werden zijn 189 schilderijen in de Brakke Grond geveild. Na de dood van C. P. van Eeghen, in 1889, gaven de erven aan het Stedelijk Museum de collectie van ca. 100 moderne schilderijen van hun vader. Helaas was dus deze collectie de enige, die in wezen bleef. De tegenwoordige smaak brengt mede, dat zij thans her en der in stedelijke gebouwen ondergebracht of in het depot verborgen is.

In 1899 tenslotte stierf Jhr. J. P. Six van Hillegom en in 1905 zijn broer Jhr. P. H. Six van Vromade. Uit de collectie, die in twee gedeelten was verdeeld, werd langzamerhand het een en ander verkocht. Het laatste en grootste gedeelte van de verzameling kwam in 1928 bij Frederik Muller in veiling.

Toen Lord Ronald Gower op 9 maart 1916 stierf, was de collectie Six van Hillegom, zoals hij hem betitelde, nog de enige waarvoor men zijn handboek kon gebruiken. Toch heeft dat handboek veel waarde, al is het alleen, doordat men daaruit de smaak van de 19de eeuwse bezoeker en zijn kijk op de Hollandse collecties leert kennen.

I. H. v. E.

(GCD: I.H.v.E. = Mejuffrouw Dr. Isabella H. van Eeghen, redactrice Amstelodamum 1958)