Peeling an Onion

Wort dit ghewas ontkleet,
Al wasset lief so worttet leet.

Vermijt u, domme jeught ajuyn te willen schellen,
Of, siet! u treurich oogh sal vande tranen swellen;
Maer sooje met de vrucht wilt spelen sonder leet,
Soo raectse sachtjens aen, en laet het ding gekleet.
Ghy meught u, jongh gesel, ter eeren wel vermaken,
Maer pleegt geen ander min als door eerbiedigh raken:
'T is noch al, soo het plach. Acteon naect verdriet,
Indien hy sonder kleet de jonge nymphen siet.

Na 'tis ontkleet,
Soo wortet leet.

Een waterlantsche trijn sat eens ajuyn en schelde,
En klaeghde dat de lucht haer oogen dapper quelde,
En kijck eens (sprack de meyt) ick hebber mé gespeelt,
En doen heeft my het dingh int minste niet verveelt.
Dus gatet, lieve moer, gingh Els hier tegen seggen,
Met die soo metter haest haer spillen tsamen leggen;
'T is wel soo langh men vrijt, maer trect het rockjen uyt,
Een reuck daer 'toogh af loopt verneemtmen vande bruyt.

ECCLES. 6.
Vrient, soo langh alst dient.

Speelt yemant met ajuyn, doch sonder hem te schellen,
So sal die niemants oogh in eenich deel ontstellen,
Maer alsmen dese vrucht van haren rock ontbloot
Soo wort het gantsch ghesicht van enckel tranen root.
Veel menschen zijn beleeft, en weten schoon te praten,
Soo langh sy voor een vrient gheen hayr en moeten laten;
Maer als het qualijck gaet dan isset uytghemalt;
'Men kent de vrienden best wanneerder schade valt'.