In de 16e eeuw ontstond in navolging van Calvijn in Frankrijk een
gereformeerd protestantse stroming.
De aanhangers van deze kerkelijke leer kregen de naam Hugenoten. Het is niet
bekend waar deze benaming in oorsprong vandaan kwam. Het vermoeden bestaat
dat deze benaming een verbastering is van Eidgenossen (eiguenots op zijn
Frans). Alhoewel aan het ontstaan puur theologische ideeën ten grondslag
lagen ontwikkelde zich rond 1560 onder de Hugenoten ook een politieke
stroming. Het beginsel van de Reformatie valt in drie spreuken uiteen:
- Sola scriptura: alleen door de Schrift, de Bijbel tegenover de roomse kerk
benadrukten de reformatoren het gezag en de aurotiteit van de Bijbel. De
Rooms-katholieke Kerk heeft naast de Bijbel nog de kerkelijke traditie als
gezaghebbende instantie voor leer en leven.
- Sola gratia: alleen door genade tegenover de Roomse kerk leert de Reformatie
dat het behoud van zondaren slecht mogelijk is uit enkel genade. De
menselijke activiteiten (goede werken) dragen niet bij aan het behoud.
Weliswaar ontkent de Reformatie niet de noodzaak van goede werken maar deze
verdienen de verlossing niet. De verlossing van verloren mensen is verdiend
door Christus. Hij leed en stierf aan het kruis van Golgotha om het behoud
te verdienen.
- Sola fide: alleen door het geloof. Tegenover de Rooms-katholieke Kerk beleed
de reformatie dat slechts het ware geloof leidt tot behoud. De Roomse kerk
zag het behoud en de redding onlosmakelijk verbonden met het lidmaatschap
van die kerk en het gebruik van de sacramenten (doop en avondmaal). De
Reformatie benadrukte het persoonlijke geloof in de Bijbel en God.
Het sola sciptura, sola gratia en sola fide is tot op de dag van vandaag de
inzet van de reformatorische visie op de Bijbel.
Onder hen bevonden zich lieden uit alle lagen van de bevolking,
zelfs onder de adel.
In de nacht van 23 op 24 augustus 1572 vond te Parijs de zo genoemde
Bartholomeusnacht of Parijse bloedsbruiloft plaats. Met instemming van de
koningin-moeder Catharina DE MEDICIS werd door de katholieke partij een
bloedbad onder de Hugenoten aangericht die op dat moment in Parijs waren om
daar de bruiloft te vieren van een van hun leiders, Hendrik VAN NAVARRA (de
latere koning Hendrik IV), die met Magaretha (de zuster van koning Hendrik
II) in het huwelijk trad.
Op 13 april 1598 vaardigde deze Hendrik IV, inmiddels koning en katholiek
geworden, het Edict van Nantes uit. Dit Edict beloofde de Hugenoten
godsdienstvrijheid en gaf hen een aantal pandsteden.
De Hugenoten konden zich toen in vrijheid ontwikkelen. Het werd hun
toegestaan kerken te bouwen, zei het dat deze niet de naam van kerk mochten
voeren en daarom ook wel "temples" genoemd werden. Voorts werd het hen
toegestaan functies te bekleden in het bestuursapparaat en in het leger.
Bovenal verkregen zij toestemming legers uit te rusten en garnizoenen te
houden. Gaandeweg deze periode van vrijheid groeide de aanhangers van deze
leer tot ongeveer 10 procent van de totale bevolking. Mede omdat het
onderwijs onder deze bevolkingsgroep hun bijzondere belangstelling had
kwamen er uit hun midden vele vooraanstaanden en geleerden voort.
Hun vrijheid was echter van korte duur. Al twintig jaar later, met de komst
van Lodewijk XIII en Richelieu begon de beteugeling van deze pas verworven
vrijheid. Richelieu maakte een einde aan de politieke machtspositie van de
Hugenoten. In 1628 gelukte het hem hun de laatste van hun pandsteden (La
Rochelle) te ontnemen. Dit Hugenotenbolwerk viel na een langdurig beleg
waarbij veel slachtoffers vielen. De veldslagen die erop volgden werden
vernietigend gewonnen door de koninklijke troepen, waarmee er een einde kwam
aan de politieke- en militaire macht van de Hugenoten.
Er volgde een periode van betrekkelijke rust tot de katholieke koning
Lodewijk XIV, na de dood van Mazarin in 1661 persoonlijk de regering in
handen nam. Een politiek van harde maatregelen tegen de Hugenoten volgde.
Deze kleinzoon van Hendrik IV werd ook wel "De Zonnekoning" genoemd.
Aanvankelijk was Lodewijk niet echt religieus geinteresseerd geweest. Toen
hij in 1661 de macht in handen kreeg wilde hij echter kennelijk geschiedenis
maken als de vorst die van Frankrijk weer een katholiek land maakte. Stukje
bij beetje werden er maatregelen uitgevaardigd die het Edict van Nantes
steeds verder aantastte.
Uiteindelijk werd op 18 oktober 1685 het Edict van Nantes herroepen. Dit had
als gevolg dat de positie van de Hugenoten onmogelijk werd en hun kerken
vernietigd werden. Zij die openbare functies bekleedden werden uit hun ambt
gezet, ambachtslieden werden uit de gilden verstoten, protestantse scholen
werden aan katholieken overgedragen of kortweg opgeheven. Er werden met
terugwerkende kracht zware belastingen opgelegd die men kon voorkomen door
het gereformeerde geloof schriftelijk af te zweren en terug te keren tot de
katholieke kerk.
Velen kozen eieren voor hun geld maar degenen die zich niet lieten "bekeren"
kregen verdergaande terreur te verduren. Ter overtuiging werden cavaleristen
en soldaten over het land uitgezonden voor de zogenaamde "missie met de
laars" (mission bottée). Bij halsstarrige Hugenoten werden op koninklijk
gezag dragonders ingekwartierd, zogenaamd ter bescherming tegen katholieke
geweldplegers. Voor niets ging echter de zon op. Degenen die deze
"bescherming" genoten dienden de ingekwartierde soldaten in hun
levensonderhoud te voorzien en bovendien een dagvergoeding te verstrekken.
Naarmate er meer kapitaal of goederen aanwezig waren werden er meer soldaten
ingekwartierd zodat in korte tijd het vermogen van het slachtoffer als
sneeuw voor de zon verdwenen was. Kon iemand zijn verplichtingen
uiteindelijk niet meer nakomen dan werd de vordering voldaan door het
huisraad van de gastheer te verkopen.
Zij die niet tot het katholieke geloof terugkeerden waren zo uiteindelijk
gedwongen huis en haard te verlaten en naar het buitenland uit te wijken.
Deze uittocht had al ongeveer 20 jaar voor de herroeping van het Edict van
Nantes een aanvang genomen. Vooral landen als Zwitserland, Engeland,
Nederland, Duitsland (Brandenburg) en Kaap de Goede Hoop werden hun
bestemming. In die landen hebben zij, mede door hun doorgaans hoge scholing
en ontwikkeling, een bijdrage in cultureel en economisch opzicht geleverd.
Rond 1550 waren er in de Zuidelijke Nederlanden Waalse kerkelijke gemeenten
ontstaan, die rond 1560 ook in synode bijeen kwamen. Zij verenigden zich in
1571 aanvankelijk met de Nederduitse gemeenten. In 1577 kwamen zij echter,
nadat zij zich afzonderlijk hadden georganiseerd, in Dordrecht in synode
bijeen. Vooral na de herroeping van het Edict van Nantes, in 1685,
ontwikkelden de Waalse (Franstalige) gemeenten zich sterk door de toestroom
van gevluchte Hugenoten of refugiés, zoals ze ook wel genoemd werden.