Antonia Catharina (Totie) Deketh-Crommelin

Overpeinzingen over een leuke jeugd

Return / Terug

[NB: Begin 2007 werd Moeder verzocht voor haar Vordense Kunstclub een praatje te houden over haar ‘levenservaringen’. Dit is een verkorte versie van wat zij vertelde met enige nadruk op haar jeugd ervaringen en zeer summier de eerste huwlijksjaren met haar Carel die zeer jong, in 1970 op 58 jarige leeftijd overleed. Opgetekend door zoon Govert C. Deketh.]

Ik ben terecht gekomen in een wieg die in Arnhem stond. Ik had lieve ouders die van elkaar en van hun drie kinderen hielden. Wij ondeugden vonden wel eens dat Moeder Vader teveel verwende. Dan was haar antwoord altijd: Vader was er vóór jullie, dus Vader heeft de eerste rechten.

Ik was een 'nakomertje', mijn zuster was 4½ en mijn broer 6 jaar ouder dan ik.

Van Arnhem verhuisden mijn ouders naar Zeist. Ik was toen 4 jaar. Onze tuin grensde aan het Zusterplein. Wie kent Zeist? Ook het bekende blinden instituut Bartiméus was toen nog onder gebracht op het Zusterplein. Ons huis stond aan een uitloper van dat plein. Naast onze tuin stond op het grasveld van het plein een grote kastanjeboom (staat er nog) en daarin klauterden de blinde kinderen net zo behendig als wij. In de 10 jaar dat wij daar woonden heb ik een heerlijke jeugd gehad. Wij speelden met de plein-kinderen en hoewel wij geen deel uitmaakten van het Hernhutter Kerk genootschap werden wij helemaal gaccepteerd. De avond van 24 December, de kleine Christ nacht, werd gevierd in de van binnen grijs-wit geschilderde kerk op het Zusterplein en dan kregen alle kinderen de ronde 'lebkuchen' met een op een rood papiertje kaars erin.

Uit de Zeister periode wil ik niet onvermeld laten de heerlijke reizen die wij met onze ouders maakten. Wij gingen verschillende keren naar de Oostzeekust en wandelden in de Mecklenburgse bossen. Wie kan mij navertellen ooit in die bossen te zijn verdwaald? Wij waren vergezeld met mensen uit die streek, maar kwamen pas laat (vóór het invallen van de nacht) terug in ons hotel. De Oostzeekust heeft bijna geen eb en vloed, daardoor ontstaat er een smal strand met vlak erachter dennenbossen. Wij zochten en vonden barnsteen (i.e. versteende hars van de dennenbomen) op het strand. Ook gingen wij naar Normandië, Bretagne, Zwitserland, Oostenrijk, Denemarken en Beieren. Ik heb uit de verte Hitler's huis ('t Arendsnest'?) in Berchtesgaden gezien. Ik heb in de bergen zaden gezocht van gentianen en andere bloemen met twee oude dames die die zaden zochten ter aanvulling van hun levensbehoeften. Die zaden werden naar winkels of handelaren verstuurd. Wij gingen meestal naar kleine oorden, waar de bezitters van het hotel bij vertrek nog afscheid van ons namen. In Hamburg is ooit mijn lange haar afgeknipt en sindsdien nooit meer lang geweest. Daar logeerden we in Hotel Vier Jahreszeiten (bestaat nu nog).

Die reizen gingen allemaal per trein; met ons vijven hadden wij dan veel bagage. Een hutkoffer werd vooruit gestuurd. De handbagage moest steeds geteld worden; bij het overstappen wat toch altijd een zenuwtoestand was…was mijn broer altijd zoek! Hij zag dan iets heel bijzonders en bleef daar kijken. En dan de vreugde als wij bij ons doel arriveerden. Daar had mijn Moeder die dat allemaal organiseerde maanden naar toegeleefd en gecorrespondeerd.

Na 10 jaar verhuisden wij naar Baarn. Daar ging ik naar een gemengde 'Klompen Mulo'…. een hele verandering na 6 jaar meisjesschool….!! en heb na 3 jaar het examen gehaald. Schriftelijk examen in Utrecht, 't mondeling in Hilversum (staatsexamen). Daarna ben ik direct naar kostschool 'Beau Soleil' in Gstaad gegaan. Het was een heerlijke tijd. Eigen tennisbaan. Het was dus nog in de vakantietijd, maar evenals ik waren er toch al twee andere meisjes.

Wij wandelden veel en waren tenslotte zó getrained dat wij een tocht maakten met onze 'huis gids'; in het gewone doen was hij timmerman. Wij maakten een dagtocht naar de 'Rübli' (Rüblihorn), dat is een grote rots die vanuit Gstaad duidelijk zichtbaar is. Wij vertrokken om ½3 's nachts en waren dezelfde dag om ½5 weer thuis. Om de Rübli te beklimmen moesten wij aangelijnd zijn. Heel erg spannend! Éen uur hadden wij gepauseerd, dus 13 uur gelopen. En wij kwamen heel fit terug!

We mochten koelte zoeken in het zwembad van het Palace Hotel en in de winter mochten wij daar schaatsen rijden. Van het dorp op weg naar 'Beau Soleil' passeerden wij het kinderhuis 'Marie-José' waar o.a. de latere Koning Boudewijn en zijn zusje Joséphine Charlotte door hun ouders (de toenmalige Koning Leopold en Koningin Astrid) naar toe gebracht werden. Op 'Marie-José' werd hij 'Bébé' genoemd. Zij reisden dan gewoon per trein. Ik was 7 maanden in Gstaad; begin Februari 1934 kwam ik weer naar huis om de zilveren bruiloft van mijn ouders mee te vieren.

Om dat jaar verder op te vullen ging ik als 'paying guest' 9 weken naar Parijs waar ik woonde bij Baronesse de Rosnay in een huis dicht bij het Bois de Boulogne. Ik woonde daar, at met haar en verder trok ze zich niets van mij aan. Het ontbijt kreeg ik op een blad in mijn slaapkamer en dan maakte ik plannetjes met behulp van het kaartje van de Métro. Voordat ik weer naar huis ging namen haar dochter en schoonzoon mij mee naar het Casino de Paris alwaar Maurice Chevalier optrad. Een belevenis….!!! en hij was zó sympathiek!

Daarna ging ik (voor de kinderen) naar Tante Anna van der Mersch; zij was een eigen nicht van Oma. Zij woonden in de buurt van York (Elvington). Oom Philip was directeur van een school. Over hun huis daar kan ik me niets meer herinneren. Wij gingen naar het Lake District waar zij een huis hadden in Loweswater (bij Buttermere). Ik was er om Engels te leren, maar Tante sprak alleen maar Nederlands met mij. Zij had een hekel aan huishouden en ik herinner mij dat ze altijd bakte. Lekkers voor bij de thee en als toetje. Ik denk dat het toen vakantie was want Oom en de drie zonen waren er ook. Oom schreef de datum in het stof op de meubels. Ik nam toen maar de stofdoek ter hand en deed verder niets dan sokken stoppen. Oom moest voor Tante buiten in het tuinprieel slapen. Dat vond ze gezond voor hem. Ik vond het idioot om in de mist te moeten slapen. Geen wonder dat dit huwelijk geen stand heeft gehouden.

Hierna ging ik naar Sunderland bij New Castle, naar de broer en schoonzuster van Oom Philip. Hier was het veel normaler en er werd natuurlijk alleen maar Engels gesproken. Vóór het Engelse ontbijt (witte bonen in tomatensaus op toast enz. enz.) nam ik een duik in de zee. Hij was bankier en zette het geld dat Opa betaalde voor mijn verblijf daar om in gezellige dingen. Hij was Rotarian en ik herinner mij dat hij in zijn auto een dag uitging met gehandicapte mensen. Ik ging met hem mee (voor eventuele hulp). Zij hadden een camper waarmee ze de week-ends weggingen en ik sliep in een tent. Ze hadden twee kinderen die dol waren op de films van Charlie Chaplin. Ik moest altijd met ze mee naar de bioscoop en wij zagen niets anders. Maar ik heb het daar erg leuk gehad.

Toen ik daar wegging ging ik naar London naar Mevrouw de Lanoy Meyer. Zij haalde mij van de trein en er kwam geen woord Nederlands over haar lippen…..never! Zij woonde op de Crystal Palace Park Road vlak bij het Crystal Palace (dat naderhand – in 1936 is afgebrand):


Façade van het oorspronkelijke Crystal Palace

Zij had meisjes in huis voor de 'finishing touch'. Ik ben daar niet lang geweest maar in die korte periode ben ik wel naar Ascot geweest, en naar het Centre Court van Wimbledon…..alles erg spannend en leuk! Hierna ging ik weer naar huis. (NB…Toen Mevrouw van den Berg van Saparoea bij mij woonde kwamen wij tot de ontdekking dat zij ook in de leer was geweest bij Mevrouw de Lanoy Meyer).

Na al deze belevenissen ben ik een jaar thuis geweest, 'gefreewheeled'..… Ik zong in het Toonkunst koor, het Koningin Emma koor (beiden in Baarn) en in het koor van de Bach vereniging in Bussum. Dat jaar werd ik met tekenles van een oud baasje klaargestoomd voor het toelatings examen voor het Instituut van Kunstnijverheid in Amsterdam (later werd dat de Rietveld Academie). Na één voorbereidend jaar op deze Kunstnijverheidsschool, waar alle verschillende opleidingen een korte tijd werden doorlopen, heb ik gekozen voor de Boekbind afdeling. Die opleiding, 3 jaar dus in het geheel 4 jaar, heb ik met het grootste plezier gedaan. En ook daar heb ik in 1939 mijn eindexamen gehaald. Ik ben dus opgeleid voor het maken van leren en perkamenten banden. Die jaren waren voor mij onvergetelijk, zo heerlijk! Dat was toen nog 6 dagen per week elke dag Baarn-Amsterdam en terug, ook Zaterdagen. Een paar van mijn werkstukken heb ik hier naar toe (GCD: naar de Kunstclub) meegenomen.

Drie eindexamen leerlingen viel de eer te beurt elk een bruids boek te mogen inbinden. Gedrukt op de grafische school in Amsterdam stonden alle evenementen erin vermeld die hadden plaatsgevonden tijdens de bruidstijd van toen nog Prinses Juliana en Prins Bernard. De boeken waren voor de bruid zelf (wit leer), voor Prinses Armgard (knal groen leer) en in stemmig grijs leer dat ik mocht inbinden voor Koningin Wilhelmina.

Naast mijn schoolperiode waren er ook de intekenbals door het land. In Baarn werden zij door mijn zusje Ankie en Willy van Ittersum georganiseerd en ze vonden plaats in het toenmalige Bad Hotel. Ook nam ik deel aan de Utrechtse Dansclub; Vrijdagavond feesten in en om Utrecht ('Paushuize', de woning van de Bosch van Rosenthals, de toenmalige commissaris der Koningin van Utrecht was een favoriet adres). De studenten konden dan 's Zaterdags naar huis, als ze dat wilden.


'Paushuize', vlak bij de Domtoren in Utrecht

Na mijn behaalde boekbind examen, waar ik alleen maar voor schoonheid had gewerkt, wilde ik nuttig bezig zijn in plaats van weer met mijn ouders op reis te gaan. Mijn Moeder wist (weer) wat! In Y.W.C.A. verband ben ik naar het Isle of Wight geweest en heb daar gewerkt als 'orderly' (soort ziekenhuis soldaat). Er waren meer Hollandse meisjes die daar werkten (dit was alleen gedurende de vakantie periode). Vrouwen uit de achterbuurten van London werd daar een vakantie aangeboden in een groot (wegens vakantie verlaten) meisjes internaat (Upper Chine School). Het enige dat zij moesten doen was hun eigen bed opmaken en de sprei weer naar boven vouwen, zodat wij gemakkelijk onder de bedden konden schoonmaken. Er werden alle dagen leuke dingen met ze gedaan en het eten werd verzorgd door de hoogste klas van de toekomstige leraressen koken. Wij waren de hele dag bezig en de enige ontspanning die wij hadden was 's avonds Community Singing buiten op het veld. Dit was toegankelijk voor iedereen. Wij allen kregen en vel waar alle te zingen liederen voor die avond op stonden. Daar kan ik nog met plezier aan terug denken. Het duurde niet zo lang maar die tijd was een leuke ervaring. En die vrouwen uit London spraken een táál….. (‘Cockney’…..iets wat wij niet verstonden).


Isle of Wight – Shanklin

Chapel – Upper Chine School

Na al deze jaren van plezier wilde ik toch nog een paar praktische dingen leren. Ik kon geen aardappel koken en wilde niet meer op schoolbanken gaan zitten. Ik besprak dat met de directrice van de huishoudschool in Amersfoort en zij begreep dat. Een z.g. 'trouwcursus' bestond daar niet maar zij stelde voor de helft van de lessen mee te doen. De repetities deed ik wel mee en dat lukte altijd. Ik was waarschijnlijk ook wat ouder dan die meisjes.

In die periode kwam mijn (toen nog toekomstige echtgenoot) Carel plotseling voor verlof naar Europa. Hij belde mij op en wij maakten een afspraak dat hij mij zou ophalen uit de school in Amersfoort. Hij had toen 3 jaar in de binnenlanden van Venuzuela op een laboratorium van Shell gewerkt. Ik was bevriend met zijn zusjes en wij kenden elkaar al vele jaren. Tijdens dit verlof vroeg hij mij ten huwelijk en wij zouden ook in deze periode trouwen. Alles wel erg ineens…..binnen drie maanden! In die periode heeft hij te horen gekregen dat ons toekomstige adres Emmastad op Curaçao zou zijn. Onze ondertrouw datum was de dag voor het uitbreken van de oorlog (Mei 1940). Alles was klaar voor het huwelijk, mijn ouderlijk huis was versierd, de tropen uitzet en de trouw jurk klaar….. maar het feest ging niet door. Het huwelijk werd uitgesteld en de versiering werd weggehaald.

Wij hebben toen als vrijwilligers bij de opbouw van Rhenen gewerkt. Rhenen was erg gebombardeerd en werd met goederen geholpen door de stad Utrecht. Carel werkte op het gemeentehuis bij de administratie en ik hielp bij het uitpakken en dan weer uitstallen van de (soms) rommel van de vrachtwagens in de 'O+O Barak' ('Ontspanning en Ontwikkeling' voor de gemobiliseerde soldaten).

Door die oorlog is in ons leven alles anders gelopen. Na die bewuste ondertrouwdag zijn wij tenslotte na 11 maanden getrouwd. Maar wij zijn voor zijn werk nooit naar het buitenland gestuurd. Shell had hem hier nodig. Tijdens en na de oorlog hebben wij 10 jaar in Amsterdam gewoond. Carel was tijdens die periode 1½ jaar in een concentratiekamp in Duitsland. Ik bleef achter met mijn zoontje van 2 jaar, Govert. Daarna zijn er nog in Amsterdam mijn dochter Olowine (1946) en jongste zoon Herman (1948) geboren.


Antonia Catharina (Totie) Deketh-Crommelin op de boerenmarkt in Mainz
Voorjaar 2006